Onze analyse van het Klimaatakkoord

op 06 juli 2019

We hebben er natuurlijk met smart op zitten wachten… Komt het Klimaatakkoord dan écht voor de zomer, en als die er is, is het dan wel ambitieus genoeg? Hoewel de meningen verdeeld zijn over de ambities van het Klimaatakkoord, weten wij één ding zeker: er staan voldoende aanknopingspunten in om aan de slag te gaan!

Natuurlijk zijn wij als koplopers van de duurzaamheidsbeweging ook licht kritisch over een aantal punten. Zo weten we natuurlijk al langer dat de luchtvaart buiten het Klimaatakkoord wordt gehouden, wat wel een spannende constatering is gezien de uitspraken over ‘mogelijke groei van Schiphol’ later in de week. Ook is het natuurlijk lastig dat het Klimaat gepositioneerd blijft als een politiek vraagstuk – waarbij de vraag is of we met die positionering wel de gevraagde snelheid en impact kunnen bereiken.

Maar ook zien we een aantal positieve ‘rode draden’ door het stuk heen. Zo wordt er ook gehint naar een scenario waarbij niet 49% maar zelfs 55% CO2 reductie wordt gerealiseerd in 2030 ten opzichte van 1990. Ook zien wij bij de hoofdstukken van de vijf klimaattafels een betere samenhang met andere duurzaamheidsvraagstukken zoals de circulaire economie, biodiversiteit en bodemkwaliteit. Ook zien we natuurlijk graag de definitieve versies van de Missiegedreven Meerjarige Innovatieprogramma’s (MMIPs) tegemoet – maar deze aanpak biedt veel vertrouwen.

Ons grootste punt van zorg is wellicht wel dat alle maatregelen die nu worden genoemd in het Klimaatakkoord geplaatst worden binnen de huidige kaders. Het herzien van de kaders wordt niet als maatregel maar als onderzoeksvraagstuk genoemd, terwijl juist het herzien van deze kaders kan leiden tot veel snellere vooruitgang. Onze zorg is dan ook of we met de incrementele insteek van dit Klimaatakkoord de deur niet dichtzetten voor de doelen van 2050?

De belangrijkste inzichten vanuit de verschillende Klimaattafels zetten we hieronder op een rij:

Bij de Gebouwde omgeving ligt een enorme verduurzamingsopgave. Voor de woningbouw betekent dit het versneld, maar ook betaalbaar verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. Belangrijk daarbij is dat de maandlasten (huur + energie) niet mogen stijgen. Ook wordt een aanpak voorzien waarbij het type woning leidend is voor de mate van verduurzaming vanwege de financiële haalbaarheid.

Voor utiliteitsgebouwen wordt een wettelijke eindnorm neergezet, wat wij ook zien als een goede aanpak voor deze sector. Tot slot zijn we ook blij dat er een aparte paragraaf is voor taxateurs i.r.t. de waardering van gebouwen. Wat we hierin jammer vinden is dat dit alleen gericht is op energie, maar niet op andere duurzame maatregelen. Gelukkig gaan we aankomend jaar een onderzoek doen naar de waarde van circulaire gebouwen, wie weet waar dat toe leidt?

Bij Mobiliteit zien we dat ze niet helemaal hebben geaccepteerd dat ze ‘binnen de lijntjes moesten kleuren’ (goed zo!). Hoewel rekeningrijden vooraf werd meegegeven als verboden onderwerp wordt wel degelijk een andere bekostigingssystematiek geopperd wat hint op precies het verboden onderwerp. Er is hier slim nagedacht over de verwachte daling van accijnzen als gevolg van de toename van elektrisch rijden – een risico vormt daarmee een belangrijke kans.

Wel zijn we licht kritisch over de 100% nieuw verkoop van elektrische voertuigen in 2030. Op dit moment doen wij op dit moment samen met Metabolic en CML onderzoek naar de Metaalvraag voor het Elektrisch Vervoer in Nederland – in september verwachten wij dit onderzoek te presenteren, dus hou onze website in de gaten!

Bij het hoofdstuk over de Industrie worden wij misschien wel het meest gelukkig, wat verrassend is gezien hun enorme aandeel in de huidige uitstoot. Er ligt een verhaal met ambitie, en met duidelijke aanknopingspunten voor de circulaire economie, er wordt zelfs gesproken over een systeemverandering op grondstoffengebruik. De industrie moet gestimuleerd worden in het hergebruik van reststromen, dus we zien hier enorme kansen voor het gebruik van de Excess Materials Exchange, waar wij samen met Alba Concepts partners in zijn geworden. Ook wordt circulair aanbesteden expliciet genoemd als kans, met zelfs een speciale vermelding van Copper8 (pag. 113).

De aanpak richt zich voornamelijk op de grote twaalf industrieën die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor 60% van de Nederlandse CO2 uitstoot. Natuurlijk is het lastig dat MKB-ers de afgelopen jaren al hebben geïnvesteerd en nu een stimulans zien voor de achterblijvers, en die kritiek begrijpen wij. Laten we vooral hopen dat de CO2 prijsprikkel hoog genoeg gaat worden waarmee deze grote twaalf ook meebetalen aan de transitie.

Bij het hoofdstuk over Landbouw zijn wij ook blij dat in de ambitie een duidelijke relatie wordt gelegd met andere duurzaamheidsthema’s zoals biodiversiteit en gezonde bodems. Er is goed nagedacht over de verschillende maatregelen die kunnen bijdragen aan een lagere CO2 uitstoot van de sector, waaronder minder voedselverspilling, opname van CO2 in bossen, de aanpak van veenweidegebieden en natuurlijk de veehouderij. Waar we blij mee zijn is dat in dit hoofdstuk een duidelijke hiërarchie wordt geschetst voor het gebruik van biomassa, inclusief het opstellen van een broodnodige routekaart – afgelopen jaar hebben wij een discussie hierover gefaciliteerd op Springtij waarbij de behoefte naar zo’n routekaart inderdaad werd bevestigd.

Wat we jammer vinden aan het hoofdstuk is dat er vooral veel wordt gesproken over het stimuleren van investeringen in duurzame energie voor o.a. stallen, maar dat het beprijzingsvraagstuk van een CO2-heffing opnieuw in de onderzoeksmodus wordt geduwd, terwijl juist dit zou kunnen leiden tot een radicale verandering.

De laatste tafel, die van Elektriciteit is natuurlijk randvoorwaardelijk voor de klimaattransitie. Er worden hier doelstellingen geschetst voor Wind op Zee, hernieuwbare energie op land en overige hernieuwbare opties. Hoewel er afgelopen jaar zelfs kamervragen over zijn gesteld, vinden we het teleurstellend dat juist hier géén link wordt gelegd met circulair. Afgelopen jaar presenteerde wij in samenwerking met Metabolic en CML ons onderzoek naar de ‘Metaalvraag van de Energietransitie’ en lieten daarin zien dat circulaire productie van o.a. windmolens en PV-panelen essentieel is om goed om te kunnen gaan met zeldzame aardmetalen.

Hoewel er lichte aandacht is voor zonneparken in combinatie met de natuur, zou wat ons betreft hier een duidelijker statement gemaakt mogen worden. Helaas is in dit hoofdstuk nauwelijks een relatie gezocht met andere duurzaamheidsonderwerpen.

Kritiek is makkelijk, maar laten we ons vooral niet afhankelijk opstellen van beleid. De tijd om te bewegen is nu! #notimetowaste

ENJOYED THIS ARTICLE? SHARE IT!

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Ontvang het laatste nieuws en updates van het Copper8-team

Gerelateerde berichten