Milieuimpact van installatietechniek

Aanleiding

Installatietechniek is relevanter dan ooit. Installatiesystemen zorgen voor een behaaglijk binnenklimaat, voorzien ons van alle gemakken en maken energiezuinige gebouwen mogelijk. Om de Parijsdoelen te halen wordt er veel geïnvesteerd in installatietechniek. Waar het aandeel installatietechniek in bouwkosten stijgt, zien we de milieu-impact navenant meegroeien. En daarmee groeit ook de urgentie om de impact van installatietechniek beter meetbaar te maken.

We herkennen in de keten van installatietechniek een aantal signalen die vaker terugkomen:

  • Berekeningen zijn onvolledig in scope;
  • Berekeningen zijn gebaseerd op gemiddelden per m2 en zijn gebaseerd op grove inschattingen;
  • Circulariteit van installaties lonen niet: Losmaakbaarheid of hergebruik van installaties is niet meetbaar en ook installatie-arme ontwerpen vertalen zich niet in betere prestaties;
  • De rekenkundige impact van veelgebruikte cat-3-kaarten is te laag: cat-1 kaarten van installaties scoren minder goed dan de cat-3-kaarten.

Ondanks aangescherpt beleid, een toenemende focus op de milieu-impact van bouwmaterialen en diverse initiatieven die zich richten op circulaire installatietechniek ontbreekt een heldere analyse van het verschil tussen de rekenkundige impact op papier en de impact in de praktijk. Met het vooruitzicht op strengere Milieuprestatiegebouwen (MPG) eisen en de invoering van Whole lifecycle Global Warming Potential (WLC-GWP), is het essentieel om de meetbaarheid van de milieu-impact van installatietechniek kritisch te evalueren.

Onderzoeksvraag

Binnen dit onderzoek geven we antwoorden op de volgende vragen:

  • Wat is de milieu-impact van installaties in de praktijk?
  • Hoe verschilt deze milieu-impact met de theoretische berekeningen die worden aangeleverd voor o.a. MPG berekeningen?
  • Wat zijn de implicaties van deze verschillen voor fabrikanten, beleid en rekeninstrumenten?
  • Welke oplossingsrichtingen zijn er binnen het NMD stelsel om te komen tot betere berekeningen?

Aanpak

Om te beoordelen waar de verschillen zitten, doen we een analyse op basis van een tiental gebouwcasussen. We nemen daarin de volgende stappen:

  1. We verzamelen van verschillende soorten utiliteitsgebouwen data.
  2. We halen uit de 3D modellen een materiaallijst en koppelen aan deze materialen zoveel mogelijk categorie 1 kaarten of EPD’s van installatietechniekproducten.
  3. We analyseren de verschillen tussen de basis MPG berekening en MPG berekening vanuit de materiaallijst.
  4. Daarnaast gaan we verdiepen op specifieke milieu-profielen en installatieonderdelen waar mogelijk verschillen kunnen ontstaan.
  5. Aan het eind van het onderzoek valideren we de (voorlopige) conclusies met de sector en gaan daarin samen mogelijke oplossingen verkennen.
  6. We werken de conclusies uit in een leesbaar eindrapport.
  7. We organiseren een sectorbrede toelichting en presenteren een mogelijke routekaart om circulariteit van installaties beter meetbaar te maken.

Status

Lopend.

Om te zorgen dat het onderzoek landt in de sector en partijen hier de juiste conclusies aan verbinden, gaan we aan:

  • Een betere onderbouwing van de ‘echte’ impact, met een aantal extra cases of diepere analyse van milieu-profielen;
  • Verbinding zoeken met het werkveld en stakeholderveld voor gedragen oplossingen;
  • Een sterke, eenduidige kernboodschap met handelingsperspectief voor de verschillende partijen in de bouw- en installatiesector.

Resultaten

De verwachting is dat we in april/mei 2026 de resultaten publiceren.

Relevante publicaties

Ben jij klaar om goed te doen? Voor nu en later.

Samen bouwen we aan een toekomst die telt. We maken keuzes die vandaag werken en morgen waardevol blijven. We werken aan structuren die bestand zijn tegen verandering. Omdat echte vooruitgang begint met visie en lef.

Bakkie goede koffie?