Houtbouwambities staan of vallen met eenduidige definities. Zonder heldere definities, demarcatie en bepalingsmethoden blijft het onduidelijk wanneer een gebouw ‘houtbouw’ is en wordt sturen op doelstellingen vooral een discussie over rekenregels.
In november 2025 is het Houtbouw Pact MRA 2026–2030 ondertekend door 110+ partijen, met als doel om minimaal 20% van de woningproductie in 2030 in houtbouw te realiseren. Hiervoor hebben wij een advies uitgebracht die de rekenregels vastlegt en als basis dient voor het bepalen van prestatieniveau’s voor wanneer een gebouw als ‘houtbouw’ mag worden bestempeld.
We adviseren om de houtbouwdefinitie te baseren op de NTA 8230-1 (biobased bouwen) en de keuzes die die NTA openlaat expliciet vast te leggen voor het Houtbouw Pact.
Grootheid: reken in massa
De NTA 8230-1 schrijft voor dat het aandeel biobased bouwmateriaal op zijn minst in massa wordt bepaald (volume is optioneel). Ook als je aansluiting zoekt bij beleidssturing en rekeninstrumenten ligt massa voor de hand: nationale ambities sturen op massa en veel tools voor milieuprestaties rekenen eveneens op massa.
Demarcatie: conform MPG, maar zonder fundering
We adviseren om de demarcatie te harmoniseren met de MPG-demarcatie (Bbl), met uitzondering van de fundering. De reden van excluderen van de fundering is het creëren van een gelijk speelveld: funderingen verschillen sterk per locatie (o.a. bodemopbouw) binnen de MRA.Scherpe keuzes nodig voor klimaatneutraal energiesysteem met bescherming van mensen en natuur.
Bepalingsmethode: materiaalbalans, met productdata waar mogelijk
Conform NTA 8230 adviseren we:
- bepaal het biobased aandeel op gebouwniveau via een materiaalbalans op droge massa;
- stimuleer producenten om waar mogelijk productdata te leveren op basis van koolstofdatering/elementenanalyse, zodat “stapelen” op gebouwniveau met betere data gebeurt.
Monitoring: koppel aan MPG en werk met een groeipad
Het ligt voor de hand om het meetmoment voor biobased gehalte te koppelen aan MPG-momenten:
vergunning: as-designed MPG (nu het meest ‘vindbaar’);
oplevering: as-built MPG in het gebouwdossier (sterker, maar in praktijk nog beperkt).
Omdat de kwaliteit en beschikbaarheid van deze data nog wisselend is, adviseren we een groeipad: start bij de vergunningfase, en bouw toe naar structurele as-built vastlegging bij oplevering.
Een eenduidige, meetbare en vergelijkbare houtbouwdefinitie
Met deze keuzes ontstaat een houtbouwdefinitie die:
• eenduidig is voor markt en opdrachtgever (minder interpretatieverschillen);
• meetbaar is met gegevens die grotendeels al in het proces zitten (MPG-data);
• vergelijkbaarheid tussen projecten vergroot (met name door fundering buiten scope te plaatsen);
• een basis legt om de ambitie (20% in 2030) daadwerkelijk te monitoren en bij te sturen.
Dit advies maakt de definitie, demarcatie en meetmethodiek eenduidig. De volgende stap is het vaststellen van ambitieuze en haalbare grenswaarden (biobased aandeel in massa) die aansluiten bij de praktijk.