Natuur staat onder druk
De natuur staat wereldwijd onder druk. Zeven van de negen planetaire grenzen zijn inmiddels overschreden. Op dit moment gaat zowel wereldwijd als in Nederland de meeste aandacht naar het beperken van klimaatverandering. Tegelijkertijd vraagt het tegengaan van biodiversiteitsverlies en het herstel van de natuur om minstens evenveel aandacht.
Steeds meer bouwers zetten in op natuurinclusief bouwen. Dat is een goede ontwikkeling, want dat betekent dat we rekening houden met de natuur op de locatie van de bouw. Tegelijkertijd zullen we óók rekening moeten houden met de natuur in de productieketens van onze grondstoffen.
Met deze verkenning maken we inzichtelijk welke natuurrisico’s er zijn bij de winning van grondstoffen voor de Nederlandse bouw. De analyse kijkt naar beton, staal, asfalt en hout. Hiervoor hebben we gebruik gemaakt van de Science-based targets for Nature (SBTN-)methodiek.
Natuurrisico’s verschillen per materiaal en per locatie
Voor bouwmaterialen zijn grondstoffen nodig. Bij winning van deze grondstoffen zijn er risico’s voor de natuur, bijvoorbeeld door watergebruik in gebieden met waterschaarste, stikstofuitstoot in gebieden met een hoge stikstofconcentratie of een sterke aanwezigheid van bedreigde soorten. De belangrijkste natuurrisico’s per materiaal:
- Voor beton zijn er hoge natuurrisico’s bij de winning van zand en grind (o.a. Limburg, Duitsland) door watergebruik en biochemische vervuiling op locaties met bestaande watertekorten en een hoge stikstofconcentratie.
- Voor asfalt spelen dezelfde risico’s bij watergebruik en biochemische vervuiling bij zand- en steenslagwinning
- Voor staal zijn er hoge natuurrisico’s bij ijzererts- en nikkelwinning in onder andere Brazilië en Indonesië, door landgebruik en de hoge lokale ecologische intactheid.
- Voor hout zijn er hoge natuurrisico’s bij de oogst van tropisch hout, onder meer door de vele bedreigde soorten in tropische bossen op locaties waar het hout wordt geoogst.
De milieu-impact en natuurrisico’s van abiotische materialen (beton, staal, asfalt) zijn anders dan van biotische materialen (hout). De milieu-impact van abiotische materialen is over het algemeen hoger dan de milieu-impact van biobased materiaal. Waar abiotische grondstoffen zorgen voor milieu-impact door energie-intensieve productieprocessen, hebben biotische grondstoffen land nodig om te groeien.
Een belangrijk aandachtspunt is dat de productie van bouwmaterialen vaak voor een grotere milieu-impact zorgt dan de winning van grondstoffen. Winning en verbranding van fossiele brandstoffen voor productieprocessen is hier een belangrijke oorzaak van. Dat leidt niet alleen tot CO2-uitstoot, maar vaak ook tot biochemische vervuiling met schade voor de natuur.

Natuurrisico’s bij winning vna grondstoffen voor Nederlanse bouw
Drie oplossingsrichtingen richting natuurinclusieve ketens
We zullen een verbreding moeten inzetten van natuurinclusief bouwen naar natuurinclusieve ketens. Die verbreding vraagt om een combinatie van drie oplossingsrichtingen:
- Ontwerpen en bouwen met minder materiaal, omdat minder materiaalgebruik leidt tot minder grondstofwinning, minder productieprocessen, minder milieu-impact en daarmee tot lagere natuurrisico’s. Dit vraagt om bewuste keuzes in de hele ontwikkel- en bouwketen.
- Versnelde CO₂-reductie van beton-, staal- en asfaltproductie, omdat sturing op CO2 vaak ook leidt tot minder gebruik van fossiele brandstoffen. Dat beperkt natuurrisico’s bij zowel winning als verbranding.
- Verantwoorde herkomst & ketentransparantie om risico’s van nieuwe materialen inzichtelijk te maken en te beperken. Bij korte ketens (o.a. zand, grind) kan vaak direct gestuurd worden op de herkomst. Bij langere, complexere ketens (o.a. ijzererts, hout) speelt certificering een centrale rol.