Analyse Reparabiliteitsindices

Stefan Favrin Door Stefan,
op 05 april 2021

De ambitie van het kabinet is om samen met maatschappelijke partners in 2030 de doelstelling te realiseren van 50% minder gebruik van primaire grondstoffen en voor 2050 een volledig circulaire economie te realiseren. Deze doelstellingen vaststellen is natuurlijk stap één, ze daadwerkelijk behalen is de volgende – veel belangrijkere – stap.  Zo constateerde PBL in hun Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER) bijvoorbeeld dat het totale grondstoffenverbruik nauwlijks is veranderd sinds 2010. Dit betekent dat we nog flinke stappen moeten zetten om de doelstellingen te realiseren. Het realiseren van een circulaire economie is hierin cruciaal.

Veel huidige initiatieven om de circulaire economie te stimuleren zijn echter voornamelijk gericht op recycling. Om daadwerkelijk een circulaire economie te realiseren, is het van belang om hoger op de zogenaamde R-ladder terecht te komen, bijvoorbeeld door in te zetten R4: Repair. Hiermee wordt er zoveel mogelijk waarde behouden tijdens de levensduur van producten.

In de afgelopen jaren zijn er al een aantal bottom-up maatregelen ontstaan, zoals de ‘Right to Repair’ campagnes en de Repair Cafés – plekken waar vrijwilligers consumentenproducten repareren. Top-down bleef het lange tijd echter nog stil.

Frankrijk heeft begin dit jaar de gewaagde stap genomen door een top-down maatregel te initiëren, namelijk de reparabiliteitsindex. Deze index verplicht producenten inzichtelijk te maken hoe reparabel hun producten zijn, wat vervolgens in de vorm van een label zichtbaar is voor de consument. Hoewel het zeker niet de eerste reparabiliteitsindex is, is het wel de eerste keer dat het binnen nationale wetgeving een plek krijgt!

Deze top-down aanpak is een verademing voor consumenten die graag willen, maar tot nu toe eigenlijk niet eenvoudig toegang hadden tot de juiste informatie om ook daadwerkelijk over te gaan tot actie. Heb je als consument bijvoorbeeld ooit je laptop, computer of smartphone geprobeerd te repareren? Bij veel producten is dit vaak onbegonnen werk. Dit kan door verschillende redenen komen: een product kan niet opengemaakt worden, er zijn professionele of merkgebonden tools nodig om een product te repareren of er zijn simpelweg geen reserveonderdelen beschikbaar. Hoe mooi zou het zijn dat je standaard bij het aanschaffen van een product al de keuze hebt voor een product wat makkelijk te repareren is en waarbij toegankelijke instructies worden meegegeven om het ook daadwerkelijk te kunnen uitvoeren? Wat ons betreft is het tijd dat dit de realiteit wordt.

Hoe ziet de ideale reparabiliteitsindex eruit?

In de loop van de jaren zijn er al meerdere indexen verschenen. Een greep uit het assortiment is:

De meeste van deze indexen zijn gericht op elektronische producten. Dat is begrijpelijk: dit zijn producten met veel impact, hebben vaak een kortere functionele levensduur dan hun economische levensduur en zijn vooralsnog lastig te repareren, zeker door de gemiddelde consument. Dit wordt onderstreept door data van de Repair Café. Zij geven aan dat ongeveer 68% van alle reparaties elektronische producten zijn, van koffieapparaten tot computers.

Waar wordt op beoordeeld?

In grote lijnen zijn er drie thema’s waar alle indexen – in verschillende maten – op beoordelen, namelijk

Alledrie de onderdelen zijn cruciaal in een reparatieproces. Als een product niet te demonteren is, zal reparatie uberhaupt niet plaats kunnen vinden. Als dat wel het geval is, dan moet een consument wel weten hoe en wat de mogelijke oplossingen zouden kunnen zijn. Als er vervolgens dan alsnog geen reserveonderdelen beschikbaar zijn, is een reparatie ook gefaald. Vooral dit laatste blijkt bij veel reparaties een probleem te zijn; rapportage van het Repair Café (2020) geeft aan dat 46% van de reparaties hierop vastloopt.

Daarnaast is het voor het succes van een index cruciaal dat

  1. Een groot scala aan producten zijn beoordeeld (voldoende aanbod) en
  2. Dat deze beoordeling van producten wordt uitgevoerd door een betrouwbare instantie.

Frankrijk heeft het eerste punt goed ingeregeld door het wetgeving te maken; alle leveranciers moeten de reparabiliteit van hun producten inzichtelijk maken met een label. De manier waarop het Frankrijk de beoordeling van de index heeft belegd kan nog wel wat vraagtekens oproepen. De verantwoordelijkheid voor beoordeling is namelijk neergelegd bij de producenten zelf; het label wordt dus uitgereikt op basis van zelf-assessment. Het voordeel van deze aanpak is zijn snelheid, het nadeel is de betrouwbaarheid van de beoordeling.

Conclusie

Frankrijk heeft een eerste gedurfde stap gezet in de richting van een breed toegepast reparabiliteitsindex. In de komende jaren zal deze index verder worden aangescherpt, bijvoorbeeld met een durabiliteitsindex om niet alleen de reparabiliteit te beoordelen, maar ook hoe lang een product mee kan gaan.

Dit zijn mooie ontwikkelingen, die we graag in Nederland terug zouden zien. Want hoe fijn zou het zijn om een wel-overwogen besluit te kunnen maken voor producten die we (zelf) eenvoudig kunnen repareren!

Deel artikel

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Gerelateerde berichten