Effectiever sturen op milieu-impact in de bouw

op 13 mei 2022

De bouwsector staat voor een grote duurzaamheidsopgave. Met de Milieuprestatie Gebouwen (MPG) wordt gestuurd op de milieu-impact van gebouwen. Een groeiende groep experts en marktpartijen is echter kritisch op hoe effectief partijen met het huidige milieuprestatiestelsel kunnen sturen op duurzaamheidsprestaties. Vanuit Copper8 hebben we daarom – samen met het NIBE en W/E-Adviseurs – het initiatief genomen tot een verkenning van de aandachtspunten. Die vormen de basis voor inhoudelijke doorontwikkeling van het milieuprestatiestelsel.

Om effectief te kunnen sturen op verduurzaming van de bouw is verdere doorontwikkeling van het stelsel nodig. Die grijpt in op zowel de nationale Bepalingsmethode, de inrichting van de Nationale Milieudatabase en de toepassing in de praktijk. De inzichten leiden tot twee publicaties:

Zes adviezen

In het adviesrapport doen we zes centrale adviezen aan de Rijksoverheid:

  1. Verbeteren van de randvoorwaarden voor het milieuprestatiestelsel, om te zorgen dat het maatschappelijk belang centraal staat in besluitvorming en Stichting NMD voldoende middelen heeft om structureel aan de doorontwikkeling van het stelsel te werken.
  2. Aanscherpen van milieuprestatiestelsel tot methode die effectief stuurt op doelen vanuit de transitie. Vanuit betere inschattingen kan effectiever worden gestuurd op de beleidsmatige doelstellingen.
  3. Verbeteren van de Nationale Milieudatabase, om te zorgen dat nieuwe producten sneller kunnen worden meegenomen in MKI- en MPG-berekeningen en verouderde productdata niet meer meegenomen kan worden.
  4. Verplichten van transparantie over milieu-impact producten, om te zorgen dat opdrachtgevers en marktpartijen op basis van beter inzicht in de milieu-effecten kunnen kiezen om bepaalde producten wel of niet toe te passen.
  5. Aanvullend sturen op maximaal verantwoorde CO2-uitstoot en milieu-impact, om te voorkomen dat de CO2-uitstoot (en andere milieuimpact) op korte termijn hoger ligt dat wat volgens recent wetenschappelijk inzicht verantwoord is.
  6. Verbeteren toetsing van MPG- en MKI-prestaties bij vergunningverlening en realisatie, om te borgen dat de rekenkundig bepaalde milieuprestatie vanuit het ontwerp in de praktijk ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt.

Doorontwikkeling stelsel

Bij de doorontwikkeling is het belangrijk om de huidige mogelijkheden van het stelsel beter te benutten. Zo is het mogelijk om aanvullende informatie inzichtelijk te maken en hierop te sturen.  Meer Europese samenhang zorgt voor stabiliteit en zekerheid voor marktpartijen op lange termijn. Ook is belangrijk om te beseffen dat het bij het sturen op duurzaamheidsprestaties om meer gaat dan het milieuprestatiestelsel. Tot slot dienen de juiste randvoorwaarden op orde te zijn, waaronder het borgen van maatschappelijk belang in besluitvorming en voldoende financiering voor doorontwikkeling van het stelsel.

Beide publicaties zijn gedaan onder de vlag van Gideon, een bouwbrede beweging waar mensen uit de hele sector in samenwerken om de bouw op een positieve manier te veranderen. Daarbij staat het halen van de klimaatdoelen – en andere duurzaamheidsopgaven – centraal. Meer dan 30 experts vanuit 20 verschillende organisaties hebben meegedacht in de totstandkoming van deze verkenning. Daarbij gaat het zowel om advies- en ingenieursbureaus, aannemers, ontwikkelaars en andere experts.

Deel artikel

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Gerelateerde berichten

Waardecreatie van circulaire consumptiegoederen

op 07 april 2022

In de transitie naar een circulaire economie spelen de begrippen waardebehoud en waardecreatie een belangrijke rol. Circulaire producten leiden tot waardebehoud omdat zij langer gebruikt kunnen worden (levensduurverlenging). Echter kan er ook waarde gecreëerd worden door producten zo te ontwerpen dat deze een positieve impact op de planeet en de samenleving hebben.

De Transitieagenda Consumptiegoederen (TAC) en het Ministerie van infrastructuur en Waterstaat (I&W) willen graag inzichtelijk maken wat de waarde is die gecreëerd wordt door consumptiegoederen circulair te maken. Hiermee kan aangetoond worden dat het op veel vlakken beter is om voor circulaire producten te kiezen.

Voor het meten van waardecreatie hebben wij zes uitgangspunten gedefinieerd

  1. Waarde is niet (alleen) economisch;
  2. Waarde is niet antropocentrisch;
  3. Waardecreatie vraagt om een begrip van ecologische grenzen;
  4. Het is afhankelijk van de context of waarde wordt gecreëerd;
  5. Waarde is niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief;
  6. Er is een verschil in de waarde die nu gecreëerd worden in de toekomst.

Op basis van deze uitgangspunten, literatuuronderzoek en reflectie met experts is een raamwerk opgesteld, bestaande uit twee eindwaardes met elf onderliggende thema’s. Met dit raamwerk hebben we zes consumptiegoederen doorgerekend: Fairphone 3 en Sony Xperia Z5 (telefoons), Vepa Hemp Fine en Herman Miller Caper Chair (stoelen), MUD Jeans en Levi’s 501 (broeken). Uit onderstaande tabel blijkt dat de duurzame producten op bijna alle thema’s beter scoren dan de alternatieven.

Tabel 1. Totaaloverzicht waardecreatie per product. Groen gemarkeerde scores geven de beste score per thema aan.

De ontwikkelde meetmethodiek maakt het mogelijk om consumptiegoederen integraal te vergelijken. Deze methodiek dient echter breder getoetst en gevalideerd te worden voordat deze gebruikt kan worden voor het monitoren van de voortgang van de circulaire transitie.

Deel artikel

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Gerelateerde berichten

Klimmen op de R-ladder met UPV

op 07 maart 2022

Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) heeft een belangrijke rol in zowel Europees als Nederlands circulair beleid. De gedachte hierbij is dat als producenten verantwoordelijk worden gemaakt voor een groter deel van de levensfase van producten (dus ook tijdens het gebruik of na afdanking), ze producten gaan ontwerpen voor hergebruik, reparatie en opknappen. Deze gedachte sluit ook aan bij de aanbevelingen die het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in de Integrale Circulaire Economie Rapportage van 2021 deed.

Helaas zien we dat huidige UPV-systemen voornamelijk gericht zijn op meer en meer hoogwaardige recycling. Er is één duidelijk succesverhaal hogerop de R-ladder: het UPV-systeem voor bierflesjes, dat overigens al meer dan 30 jaar bestaat. Verder zijn er nagenoeg geen voorbeelden op hogere R-niveaus. Samen met Rebel zochten wij naar een verklaring…

Voordat we die vraag kunnen beantwoorden, dient duidelijk worden gemaakt dat er geen one-size-fits-all oplossing voor UPV bestaat. De opzet van een UPV-systeem moet afgestemd worden op twee belangrijke factoren:

  1. De eigenschappen van de productgroep. Hierbij maken we grofweg onderscheid tussen de ‘eenvoudige’ en kortcyclische producten (links in de matrix) en de ‘complexe’ en langcylische producten (rechts in de matrix).
  2. De R-strategie die wordt nagestreefd. Hierbij maken we onderscheid tussen recycling en recover (onder in de matrix >R8), en de hoogwaardige strategieën zoals remanufacturing en reuse (boven in de matrix <R7).

Voor UPV-systemen op een hoger R-niveau ontbreekt het aan de juiste randvoorwaarden. Deze zijn vooral belangrijk bij complexe, langcyclische producten zoals elektronica, voertuigen en windmolens. In het kader van de huidige geopolitieke ontwikkelingen moeten we zo snel mogelijk hoogwaardig hergebruik van deze producten en hun grondstoffen (veelal zeldzame metalen) faciliteren. Dit kán, met de volgende randvoorwaarden:

Onze oproep aan overheid, financiers en marktpartijen: zorg voor een juiste invulling van deze randvoorwaarden en maak van UPV een succesverhaal!

Deel artikel

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Gerelateerde berichten

Circulair bouwen: hoe reken je het rond?

op 07 februari 2022

Circulair bouwen en slopen kunnen bijdragen aan het behalen van zowel de klimaatdoelen als de circulaire ambities. De bouw is in Nederland immers verantwoordelijk voor bijna de helft van al het grondstoffenverbruik en zo’n 35% van de CO2-uitstoot.

Circulair bouwen en slopen zijn echter nog geen gemeengoed. In veel gevallen is er sprake van meerkosten voor deze circulaire manier van werken in de bouw. Dit komt deels doordat de circulaire strategieën van het (faciliteren van) hergebruik gepaard gaan met meer vakmanschap en arbeidsuren. In dit project is onderzocht wat een lastenverschuiving, waarbij de kosten van arbeid verlaagd worden en de kosten van het gebruik van primaire en vervuilende materialen verhoogd worden, doet met de investeringskosten van circulair bouwen en slopen. Hiervoor zijn vier projecten onderzocht:

Hoewel het aantal en type projecten het lastig maakt om generieke conclusies te trekken over de effecten van een lastenverschuiving voor de hele sector, is een aantal interessante inzichten ontstaan:

Dit project is mede mogelijk gemaakt door de inzet van partners:

Deel artikel

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Gerelateerde berichten

Impact jaarverslag 2021

op 31 januari 2022

Al sinds onze oprichting in 2013 hebben wij een hoofddoel: het realiseren van impact. Als je ‘impact first’ bent, moet je ook de impact van je werk inzichtelijk maken, en daarop gaan sturen. Daarom maakte wij een heuse ‘Impactmeter’ aan de hand waarvan wij onze projecten zouden beoordelen… Easier said then done, zo blijkt na bijna 9 jaar. Want elk project is uniek, en hoe kun je al deze unieke aspecten nou vatten in één model voor impact?

Inmiddels zit de impactmeter al in haar derde iteratie, we geven de hoop niet op. En ondertussen kriebelt het wel, want dolgraag willen wij de impact van ons werk wel delen. En daarom pakte Eline van Terwisga de handschoen (en haar pen) op. Geen saai verhaal met cijfers en droge teksten, maar een mooie illustratie als jaarverslag.

Browse tip: er zitten doorverwijs linkjes in de PDF!

Deel artikel

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Gerelateerde berichten

Gereedschapskist Circulaire Economie

op 21 december 2021

De Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER) was begin 2021 heel duidelijk: als we niet ‘klimmen’ op de R-ladder, dan blijven onze circulaire doelstellingen buiten bereik. Dat vraagt niet alleen iets van ondernemend Nederland, maar ook van de overheid. De auteurs van de ICER-rapportage stellen dat er meer ‘dwang en drang’ nodig is waarbij niet geschuwd moet worden voor stevige maatregelen zoals heffingen, regulering en normering.

Dit was een van de redenen voor ons om dieper te duiken in de set van bestaande (beleids)maatregelen die ingezet worden om de circulaire economie te stimuleren. Klimmen we met deze strategieën wel ‘hoger op de R-ladder’, of is inzet van andere maatregelen nodig? Onze analyse laat zien dat:

  1. Er (te) veel aandacht is voor meer en hoogwaardige recycling (R8), terwijl meer CO2-reductie gerealiseerd kan worden door ‘hoger op de R-ladder’ te komen;
  2. De maatregelen met name technisch van aard zijn, terwijl juist organisatorische en financiële inbedding ervoor zorgen dat we niet alleen circulaire producten, maar ook circulaire ketens kunnen realiseren.

Overzicht van 25 beleidsmaatregelen om de circulaire economie te stimuleren, gerangschikt op de R-ladder

Ook hebben we gekeken naar (wetenschappelijke) literatuur en beleidsmaatregelen die ingezet worden door andere landen – om te laten zien welke mogelijkheden de Nederlandse overheid heeft om het circulaire economie beleid te intensiveren. Dit heeft geleid tot een set van 25 beleidsmaatregelen, die gerangschikt zijn op de bekende R-ladder. Ook zijn deze maatregelen geanalyseerd op hun potentiele impact in het bereiken van onze duurzaamheidsdoelstellingen, alsmede de complexiteit van het invoeren van de maatregel.

 

Deel artikel

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Gerelateerde berichten

Handreiking Monitoring en Contractuele Borging MVI

op 29 oktober 2021

Maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) is voor veel aanbestedende diensten een belangrijk onderwerp. Maar hoe zorg je dat MVI ook gemonitord wordt in de organisatie? En hoe borg je MVI in contracten met je leveranciers? Deze twee vragen staan centraal in deze handreiking die Copper8 en CE Delft hebben opgesteld in opdracht van het Ministerie van IenW.

Om MVI goed te kunnen implementeren is het nodig om op alle niveaus in de organisatie stappen te zetten: op strategisch niveau, organisatieniveau en projectniveau. De handreiking bevat kennis, praktische tips en voorbeelden voor elk niveau. Een aantal highlights vatten we hieronder samen.

Strategisch niveau (bestuurlijke laag)

Organisatieniveau (MVI-team + opdrachtgevende laag)

Projectniveau (projectteam + uitvoerende laag)

Deel artikel

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Gerelateerde berichten

Greenpaper Circulair waarderen

op 07 oktober 2021

In opdracht van Platform CB’23 en Cirkelstad hebben wij recentelijk een eerste verkenning uitgevoerd naar ‘circulair waarderen’ in de bouw. In het greenpaper worden de huidige inzichten over het waarderen van circulaire objecten verzameld. De greenpaper bespreekt het belang van het waarderen van circulariteit, maar kijkt ook naar de aspecten die van belang zijn bij het toekennen van de waarde (wat enorm complex is).

Drie key takeaways

Voor dit paper zijn interviews gehouden met koplopers in de B&U en GWW sector. Zij vertegenwoordigen verschillende rollen in de keten zoals die van opdrachtgever, aannemer, architect, taxateur en financier. Op basis van de inzichten uit deze interviews is een eerste aanzet gegeven tot het denken in verschillende typen waarde (functioneel, technisch, economisch en maatschappelijk), en worden deze gerelateerd aan de verschillende niveaus van vastgoed (gebouw, schil, product, materiaal). Drie belangrijke inzichten hieruit zijn:

Wil je meer weten of meediscussiëren over het waarderen van circulair vastgoed? Via deze link kun je de volledige publicatie (en alle andere Greenpapers van Cirkelstad) downloaden.

Deel artikel

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Gerelateerde berichten

Waarde van Circulair Bouwen

op 28 augustus 2021

Op 27 Augustus 2021 is Ritika Utmani met een prachtige 9 afgestudeerd met haar onderzoek ‘How can Circular Strategies be implemented in Real Estate Valuation Practices’.

Ritika heeft onderzocht op welke wijze circulariteit kan worden meegenomen in de financiële waardering van vastgoed. Een bekende uitdaging van circulair bouwen is dat het tot op heden vaak nog hogere kosten met zich mee brengt dan traditioneel bouwen. Mede door de relatief hoge hoeveelheid arbeid die ermee gepaard gaat, maar ook het feit dat er nog geen massavoordeel gecreëerd kan worden. Circulair bouwen brengt echter ook veel voordelen met zich mee, die op dit moment helaas nog niet worden meegenomen in vastgoedwaarderingen. Ritika heeft onderzocht op welke manier circulariteit wél onderdeel kan worden van bestaande taxatiemethodieken.

Op basis van literatuuronderzoek, diepte-interviews en surveys heeft Ritika voor alle circulaire principes in kaart gebracht wat het potentiële effect is op taxatieparameters. Ze ontwikkelde een checklist die taxateurs kan helpen om circulariteit mee te nemen in vastgoedwaarderingen.

Ritika studeerde af voor haar master ‘Construction Management and Engineering’, een samenwerking tussen de faculteiten Civiele Techniek, Bouwkunde en Technische Bestuurskunde. Wij mochten samen met taxateur BaseValue de praktische kant van haar onderzoek begeleiden in nauwe samenwerking met haar mentoren van de TU Delft, Ir. Juan Azcarate Aguerre, Dr.ir. Catherine de Wolf en Dr. Daan Schraven.

Deel artikel

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Gerelateerde berichten

Circulaire energietransitie

op 30 juni 2021

De beperkte beschikbaarheid van kritieke metalen is een groeiend risico voor de energietransitie. Als gevolg van de snel groeiende vraag ontstaan er naar verwachting wereldwijd en in Nederland tekorten aan deze kritieke metalen. De risico’s ten aanzien van de beschikbaarheid van materialen komen onvoldoende terug in huidig beleid rondom de energietransitie en circulaire economie. In de verkenning Circulaire Energietransitie brengen we in kaart hoe groot de kritieke metaalvraag van de Nederlandse energietransitie daadwerkelijk is, met welke circulaire strategieën we deze kunnen verlagen en welke kansen er liggen voor de Nederlandse industrie.

Deze verkenning is uitgevoerd in opdracht van en nauwe samenwerking met Invest-NL, de Provincie Zuid-Holland, de Provincie Flevoland, Alliander, Stedin, Enpuls en Rijkswaterstaat. Het onderzoek is gezamenlijk uitgevoerd met Metabolic, Polaris Sustainability en Quintel. De publicatie is op vrijdag 25 juni overhandigd aan Ed Nijpels als voorzitter van het Klimaatberaad.

Risico voor de energietransitie

De risico’s op onvoldoende beschikbaarheid van duurzame technologieën zijn groter bij klimaatneutrale energiescenario’s waarin Nederland meer zelfvoorzienend is. Dit is het gevolg van de hoge metaalvraag van enerzijds systeembatterijen en anderzijds opwekcapaciteit voor wind- en zonne-energie. In energiescenario’s waar meer energie wordt geïmporteerd (met name waterstof), verplaatst de metaalvraag voor de Nederlandse energiebehoefte naar het buitenland. Inzet op zowel energiebesparing, interconnectiviteit als innovatie helpt om de metaalvraag te beperken. De metaalvraag groeit richting 2050.

Metaalvraag van de tien meest kritieke metalen, als aandeel van de huidige wereldwijde jaarproductie

Circulaire strategieën

Wij zien vier circulaire strategieën die een toekomstig tekort aan materialen kunnen beperken. Deze strategieën richten zich zowel op het verlagen van de vraag naar als het verhogen van het aanbod van kritieke metalen. Omdat inzetten op slechts één van deze strategieën onvoldoende effect heeft, is een combinatie van deze vier strategieën nodig.

Overzicht van het reductiepotentieel van de vier circulaire strategieën

Oproep aan bedrijven

Er zijn al diverse bedrijven binnen Nederland actief op het vlak van kritieke metalen voor de energietransitie. Als opvolging van dit onderzoek start een traject om te verkennen welke ketens er binnen Nederland georganiseerd kunnen worden. Invest-NL is actief op zoek naar partijen die hier een rol in kunnen en willen spelen. Heb je ideeën? Neem dan contact op met Guy de Sevaux via guy.de.sevaux@invest-nl.nl.

Deel artikel

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Gerelateerde berichten

Whitepaper Circulaire Businesscase

op 07 april 2021

Een van de grote opgaven in de transitie naar een circulaire bouweconomie is om te kunnen rekenen aan circulaire keuzes. Met de ervaring van verschillende projecten stellen we daarom een nieuw raamwerk voor: de circulaire businesscase. Deze lichten we verder toe in onze nieuwste whitepaper.

Met de circulaire businesscase verbreden we het perspectief van een klassieke, lineaire businesscase. Dat doen we op twee manieren:

Dit is visueel geïllustreerd in onderstaande figuur.

Om het concept van de circulaire businesscase in de praktijk toe te passen, is het belangrijk om circulaire principes te hanteren bij het ontwerp en de realisatie van een gebouw. Ook voor deze circulaire principes doet de paper een voorzet. Daarnaast schetsen we een overzicht van de ontwikkelingen en uitdagingen, waaronder het op een goede manier bepalen van restwaarde en sociale kosten en baten. Met een stappenplan helpen we projectmanagers en intern opdrachtgevers een stap verder om de circulaire businesscase in de praktijk te brengen. Tot slot doen we een aantal aanbevelingen om de circulaire manier van denken beter toe te kunnen passen binnen de bouw- en vastgoedsector.

Meer weten? Neem contact op met collega Jeroen.

Deel artikel

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Gerelateerde berichten

Artikel in Deal! Sterker sturen op doelmatigheid noodzakelijk

op 02 maart 2021

Collega’s Sybren Bosch en Godard Croon schreven voor de februari 2021 editie van Deal! een artikel waarin zij pleiten voor een grotere focus op doelmatigheid in aanbestedingen.

Bij aanbestedingen moet zowel gestuurd worden op rechtmatigheid als doelmatigheid. Echter, zo pleiten Godard en Sybren, is de afgelopen jaren teveel aandacht gegeven aan rechtmatigheid, o.a. vanwege de historie van de bouwfraude en de veelvoud aan rechtszaken tegen aanbestedende diensten die de grenzen van de wet opzochten.

Maar, zo schrijven Godard en Sybren: “De Aanbestedingswet schrijft niet alleen rechtmatigheid voor, maar stelt ook dat op doelmatigheid moet worden gestuurd. Artikel 1.4 stelt: ‘De aanbestedende dienst (…) draagt zorg voor het leveren van zo veel mogelijk maatschappelijke waarde voor de publieke middelen bij het aangaan van een schriftelijke overeenkomst (…).’”.

Met de duurzaamheidsuitdagingen van vandaag de dag kan de juridische focus (rechtmatigheid) afleiden van de werkelijke opgave waar wij voor staan.

 

Deel artikel

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Gerelateerde berichten

Circulaire Verdienmodellen in de bouw

op 06 februari 2020

Circulaire verdienmodellen zoals lease, huur of pay-per-use worden vaak genoemd als middel om de transitie naar een circulaire bouweconomie te versnellen. Wie kent het Pay-per-lux concept van Signify niet? Maar de afgelopen jaren kwamen meer van dit soort verdienmodellen op de markt: zo werd er door Alkondor een gevel in een leaseconstructie aangeboden, en betaalt ABN AMRO in het CIRCL paviljoen deels voor de horizontale en verticale bewegingen die de Mitsubishi lift biedt.

In verdienmodellen zoals lease, huur en pay-per-use blijft het eigendom bij de producent; hierdoor wordt er invulling gegeven aan ‘verlengde producentenverantwoordelijkheid’ (Extended Producer Responsibility, ofwel EPR). EPR is een belangrijke beleidsmaatregel die zowel door de Europese Commissie als de Rijksoverheid wordt onderstreept in de transitie naar de circulaire economie.

In 2018-2019 deden wij uitvoerig onderzoek naar circulaire verdienmodellen, wat leidde tot een publicatie over de kansen voor ondernemers en een publicatie over de uitdagingen voor beleidsmakers. Parallel keken wij ook naar de bouwsector, want hoe werkt zo’n verdienmodel wanneer er sprake is van een lange levensduur? En wat gebeurt er wanneer iets aard en nagelvast aan een gebouw vast zit, is er dan geen sprake van van natrekking? Welk verdienmodel is dan het ‘meest’ circulair, of hangt dat af van de gebouwlaag?

Onze oud-stagiair Robbin Smeets verdiepte zich voor zijn afstudeeronderzoek bijna een jaar in deze materie. Zijn scriptie is samengevat in de White Paper ‘Circulaire Verdienmodellen in de bouw; op zoek naar de kansen en barrières’.

 

 

Deel artikel

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Gerelateerde berichten

Circulaire verdienmodellen: beleidsmatige aanpassingen voor de circulaire transitie

op 10 oktober 2019

De afgelopen jaren heeft Copper8 zich steeds meer verdiept in verdienmodellen zoals koop-terugkoop en leaseconstructies. Dit soort verdienmodellen worden steeds vaker door ondernemers gebruikt om circulariteit te stimuleren. Toch merkten wij bij de toepassing van dergelijke modellen dat er een kloof is tussen de theorie en de praktijk.

Om deze reden hebben wij ons het afgelopen jaar wat meer verdiept in de materie. Samen met partners KPMG Sustainability en Kennedy van der Laan gingen wij in gesprek met de Nederlandse pioniers waaronder Mud Jeans, Bundles, Desko, Gispen, Interface, Signify en Auping. Het doel van ons onderzoek is om beter te begrijpen waar bestaande boekhoudkundige, fiscale en financiële praktijken ‘schuren’ met circulaire verdienmodellen.

De tweede publicatie uit deze reeks betreft een handleiding voor beleidsmakers. In deze publicatie gaan wij dieper in op de volgende kwesties:

Eerder dit kwartaal verscheen de eerste publicatie uit deze reeks, waarin wij handvatten hebben geboden voor ondernemers die aan de slag willen met circulaire verdienmodellen.

Meer weten over dit onderzoek? Je kunt contact opnemen met een van de volgende collega’s van Copper8: Cecile van Oppen, Marijn Polet of Sven van Aspert.

Deel artikel

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Gerelateerde berichten

Metaalvraag Elektrisch Vervoer

op 28 september 2019

Om klimaatverandering te voorkomen is het belangrijk om de uitstoot van onze mobiliteit te verlagen. Op dit moment lijken elektrische auto’s daar de beste oplossing voor. Maar hoeveel kritieke metalen zijn er nodig voor deze elektrische auto’s? En is de beschikbaarheid van deze metalen voldoende om in onze vraag te voorzien? Samen met Metabolic en het Centrum voor Milieuwetenschappen van de Universiteit Leiden zijn wij tot de conclusie gekomen dat de huidige globale productie van sommige kritieke metalen moet drastisch worden opgeschaald om de grootschalige overstap naar elektrisch vervoer mogelijk te maken.

Wereldwijde vraag

Niet alleen elektrisch vervoer creëert een vraag naar kritieke metalen: ook zonnepanelen en windmolens doen dat. Uit Metaalvraag van de Nederlandse energietransitie bleek dat voor de productie van duurzame elektriciteit voor meerdere kritieke metalen al een paar procent van de huidige wereldwijde jaarproductie nodig is. Voor een deel zijn dit dezelfde metalen als voor elektrisch vervoer. Wanneer we uitgaan van globale scenario’s voor de metaalvraag van 2030, zien we dat die vraag voor sommige metalen significant groter is dan de huidige wereldwijde jaarproductie.

Complexe ketens

De ketens van kritieke metalen zijn lang en complex. Opschaling van mijnbouwproductie kost vaak een aanzienlijke  hoeveelheid tijd en grote investeringen. Als een nieuwe mijn over tien jaar wil produceren, moeten investeringen nu al gedaan zijn. Veel kritieke metalen worden niet op zichzelf gewonnen, maar zijn een bijproduct in de productie van een ander metaal. Daarnaast worden kritieke metalen gebruikt om geopolitieke invloed uit te oefenen. Ook worden mijnbouwactiviteiten gelinkt aan aanzienlijke milieuschade en soms aan mensenrechtenschendingen.

Drie oplossingsrichtingen

Om de klimaatdoelen te halen is het essentieel om voertuigen op fossiele brandstoffen uit te faseren. Grootschalige uitrol van waterstofauto’s lijkt voor personenvervoer geen reële mogelijkheid in de periode tot 2030, omdat duurzame  waterstof beperkt beschikbaar is en hard nodig voor andere toepassingen. Om de vraag naar kritieke metalen  beheersbaar te houden, zien wij op het gebied van elektrische voertuigen drie oplossingsrichtingen:

Volgende puzzelstukje

Dit onderzoek is een volgende puzzelstukje in de vraag welke rol kritieke metalen spelen in onze nieuwe, duurzame economie. Vorig jaar is in dit kader de studie Metaalvraag van de Nederlandse Energietransitie gepubliceerd, met een focus op windmolens en zonnepanelen.

Meer weten? Neem dan contact op met collega’s Sybren Bosch of Hendrik de Vries.

Deel artikel

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Gerelateerde berichten

Circulaire Verdienmodellen: praktische handvatten voor ondernemers

op 25 september 2019

De afgelopen jaren heeft Copper8 zich steeds meer verdiept in verdienmodellen zoals koop-terugkoop en leaseconstructies. Dit soort verdienmodellen worden steeds vaker door ondernemers gebruikt om circulariteit te stimuleren. Toch merkten wij bij de toepassing van dergelijke modellen dat er een kloof is tussen de theorie en de praktijk.

Om deze reden hebben wij ons het afgelopen jaar wat meer verdiept in de materie. Samen met partners KPMG Sustainability en Kennedy van der Laan gingen wij in gesprek met de Nederlandse pioniers waaronder Mud Jeans, Bundles, Desko, Gispen, Interface, Signify en Auping. Het doel van ons onderzoek is beter begrip te krijgen voor circulaire verdienmodellen, en deze kennis te delen met andere ondernemers die circulair willen ondernemen.

De eerste publicatie uit deze reeks betreft een handleiding voor ondernemers. In deze publicatie gaan wij dieper in op vragen zoals: welke verdienmodellen leiden nou écht tot circulaire oplossingen? En wat is het ultieme circulaire verdienmodel? Dit heeft geleid tot de ‘Circulaire Verdienmodellen trap’ waarin de afwegingen voor ondernemers duidelijk zijn weergegeven.

Binnenkort wordt de tweede publicatie uit deze reeks gepubliceerd. In deze tweede publicatie gaan wij dieper in op de fiscale en boekhoudkundige barrières die wij zijn tegengekomen bij de toepassing van circulaire verdienmodellen in de praktijk.

Meer weten over dit onderzoek? Je kunt contact opnemen met een van de volgende collega’s van Copper8: Cecile van Oppen, Marijn Polet of Sven van Aspert.

 

Deel artikel

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Gerelateerde berichten

Metaalvraag van de Nederlandse energietransitie

op 05 december 2018

Om ernstige klimaatverandering te voorkomen, is het belangrijk om snel over te schakelen naar een duurzame elektriciteitsvoorziening. In Nederland betekent dat vooral inzetten op windmolens en zonnepanelen. Maar hoeveel kritische metalen zijn er nodig om die windmolens en zonnepanelen te produceren? Samen met Metabolic en het Centrum voor Milieuwetenschappen van de Universiteit Leiden kwamen we tot de conclusie dat de wereldwijde productie van een aantal kritische metalen onvoldoende is om de transitie naar een duurzaam elektriciteitssysteem te maken.

Klimaattop

Van 3 tot 14 december vergaderen wereldleiders tijdens COP24 over de implementatie van het Verdrag van Parijs. Tijdens deze klimaattop organiseert Staatssecretaris Van Veldhoven (Infrastructuur & Waterstaat) een bijeenkomst over circulaire economie. Onderdeel van die bijeenkomst is het vraagstuk rondom de benodigde kritische metalen voor de energietransitie. Onze studie is input voor deze bijeenkomst, en is een doorontwikkeling van de studie die in september op Springtij Forum is gepresenteerd. In opdracht van het Ministerie van I&W is deze studie verder verdiept en vertaald naar het Engels.

Oplossingsrichtingen

Het rapport vat een aantal belangrijke inzichten samen om aan te geven hoe complex de ketens van kritische metalen zijn. Zo vragen de meeste energiebesparende maatregelen om meer kritische metalen (voorbeeld: een LED-lamp), is recycling geen korte-termijn oplossing (omdat we momenteel onvoldoende kritische metalen hebben), en is opschaling van de metaalproductie ingewikkeld (omdat het openen van een mijn zo’n 10-20 jaar duurt).

Vanuit die inzichten ontstaan drie oplossingsrichtingen, die kunnen helpen om onze afhankelijkheid van kritische metalen te verminderen:

Context: nationaal Klimaatakkoord

Nederland werkt hard aan de energietransitie om haar CO2-emissies te reduceren en haar bijdrage aan klimaatverandering te beperken. Onderdeel van deze energietransitie is het opwekken van duurzame elektriciteit. In de Hoofdlijnen van het Klimaatakkoord is afgesproken om in 2030 49 TWh aan duurzame elektriciteit te produceren met wind-op-zee, en 35 TWh met duurzame elektriciteit op land. Deze doelstellingen zijn het uitgangspunt geweest voor de berekeningen.

Buiten de Nederlandse focus is een korte doorkijk gegeven naar hoe de vraag naar kritische metalen zich wereldwijd kan ontwikkelen, wanneer meer landen over stappen naar een duurzame energievoorziening.

Deel artikel

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Gerelateerde berichten

Afstudeeronderzoek Circulair Aanbesteden

op 27 januari 2018

Floris van Haagen studeerde op 26 januari 2018 af op met het afstudeeronderzoek Circulair Aanbesteden aan de TU Delft. Floris studeerde af bij de Faculteit Bouwkunde, en kreeg vanuit de TU Delft interdisciplinaire begeleiding van een juridisch, bouwkundig en milieukundig expert. Copper8 was zijn externe begeleider.

Voor zijn scriptie onderzocht Floris de succesfactoren van een Circulaire Aanbesteding. Om tot zijn succesfactoren te komen analyseerde hij zes circulaire aanbestedingen:

Op basis van de onderzochte cases en een aantal diepte interviews kwam Floris met een 21-tal aanbevelingen voor het vormgeven van een succesvolle Circulaire Aanbesteding. De bevindingen van Floris bieden een sterke en onafhankelijke bevestiging voor de door Copper8 ontwikkelde methode. Een aantal van de belangrijkste aanbevelingen:

Informatie op de website van de TU Delft over het afstudeeronderzoek Circulair Aanbesteden vind je hier.

Deel artikel

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Gerelateerde berichten

Artikel in BNI Intern: Circulair Ontwerpen in stappen

op 25 oktober 2017

De september editie van BNI-Intern stond in het teken van de Circulaire Economie. Sabine Oberhuber (Turntoo) trad op als gastredactrice. Ook Copper8 leverde aan deze editie een bijdrage met een artikel met als titel ‘Circulair ontwerpen in stappen’.

BNI-Intern is het vakblad van de Beroepsvereniging van Nederlandse Interieurarchitecten. Elke editie vragen zij een nieuwe gastredactrice. Voor de september editie was dat Sabine Oberhuber, mede-oprichtster van adviesbureau Turntoo en tevens co-auteur van het boek ‘Material Matters’, dat zij schreef samen met Thomas Rau. Deze speciale editie geeft een toelichting op alle BNI-prijs genomineerden en eervolle vermeldingen.

Het artikel dat door Cécile is geschreven spreekt (interieur)ontwerpers aan op hun rol in de circulaire economie en de manier waarop zij een verschil kunnen maken. Ontwerpers zijn in haar mening in potentie ‘de architecten van de nieuwe economie’. Aan de hand van voorbeeldprojecten zoals Alliander Duiven en de realisatie van het eigen Copper8 kantoor worden een aantal stappen aangereikt om circulair te ontwerpen.

Deel artikel

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Gerelateerde berichten

Publieke inkoop aanjager voor circulaire economie

op 02 mei 2017

Copper8 organiseert in 2016/2017 de Circulair Inkopen Academy. In dit programma leidt zij publieke inkopers op om de principes achter circulaire economie toe te passen in inkoop- en aanbestedingstrajecten.

Collega Sybren Bosch schreef een artikel over de rol van publieke inkoop om de circulaire economie verder aan te jagen. Tijdschrift Milieu is een publicatie van de Vereniging voor Milieuprofessionals,

Deel artikel

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Artikel Tendernieuwsbrief: ‘Circulair Inkopen doe je samen’

op 24 september 2015

In september 2015 verscheen in de Tendernieuwsbrief een artikel van Copper8 adviseur Cecile van Oppen over circulair inkopen. Met als titel ‘Circulair inkopen doe je samen’ betoogt Cecile dat het bij circulair inkopen niet alleen gaat over de technische kant van circulariteit, maar dat het juist ook belangrijk is om samenwerking op te zoeken en te borgen.

(meer…)

Deel artikel

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Gerelateerde berichten